De Chinese sharpei
een stoere zachtaardige macho

De Chinese sharpei werd van oorsprong gebruikt voor de jacht op wilde zwijnen en het hoeden van kudden. Eind 18e eeuw werd de sharpei gedwongen om mee te doen aan hondengevechten van de Engelse bezetters. Rond 1950 dreigde de sharpei uit te sterven als gevolg van extreme voedseltekorten en de Chinese wetgeving die voorschreef dat niet productieve dieren moesten worden afgemaakt.
De geschiedenis van de sharpei gaat terug tot in de tijd van de Han-dynastie (206 v. Chr. - 220 n. Chr.). In deze tijd werd de sharpei veelal als waakhond gehouden door boeren en vissers in het zuidelijk gelegen Guangzhou.
Tijdens de bezetting door Engeland eind 18e eeuw werd de sharpei ingezet als 'vechthond'. De sharpei had echter niet de agressiviteit om als vechthond te voldoen. Het vermoeden bestaat dat de sharpei voor de gevechten werden gedrogeerd. Uit deze periode stamt ook de kreet 'Chinese vechthonden'.
Voedseltekorten, absurd hoge hondenbelasting en wetgeving lieten de sharpei bijna verdwijnen uit het Chinese straatbeeld. In 1973 stuurde Matgo Law, uit Hongkong, een noodkreet aan een Amerikaans hondentijdschrift met het verzoek voor een reddingsactie. Ruim 200 honderd hondenliefhebbers reageerde hierop, waardoor de fok van sharpeis in Amerika op gang kwam.
In 1979 zette de eerste sharpeis 'poot' op Nederlandse bodem. Het eerste nestjes puppies zag in 1980 het licht.
